Bugsy

Over een konijn dat zich niet zomaar gewonnen gaf.
Een licht ironische vertelling over angst, gewenning en het stille leven dat zich onder een trap kan afspelen.

Tijdens mijn werk wierp ik geregeld een blik op ons konijn Bugs Bunny, door het kroost bij adoptie al snel omgedoopt tot Bugsy. Gekregen – eerder aangesmeerd – heb ik hem van een Griekse kennis tegen sluitingstijd van mijn stamcafé. Dat hij een ram was, vernamen we later van Esther, een konijnenkenner.
Volgens haar behoorde hij tot het ras der hangoren. Dat leek mij overdreven. Hij liet namelijk altijd maar één oor tegelijk hangen, en daar was hij opmerkelijk consequent in.
Bugsy kreeg een plaats onder de trap, naast de muziekkoffers van mijn vrouw. De hond hield hem vanaf het begin scherp in de gaten. Bugsy op zijn beurt bleek behept met een bijterig karakter en een zekere achterdocht. Het pakken van zijn etensbak was al een hachelijke onderneming.
Mijn vrouw besloot in te grijpen. Drie weken lang onderwierp zij hem aan een consequente opvoeding. Een greep in het nekvel vóór het openen van de kooi bleek effectief. Zijn grommen en aanvalspogingen ten spijt: hij gaf zich gewonnen. Voor haar althans.
Voor de rest van het gezin bleef voorzichtigheid geboden.
Dat veranderde toen ik merkte dat hij geregeld met zijn kop tegen het rooster stootte. Geen aanval, maar controle. Hij moest zich vergewissen van zijn omgeving. Ik zette het schuifrooster iets open, zodat hij rechtopstaand zijn territorium kon overzien. Vanaf dat moment werd een aai niet langer als bedreiging opgevat.

Dwergkonijn, Bugsy

Zijn eerste stappen op de plavuizen waren onzeker; hij deed denken aan een debuterend schaatser. Het vloerkleed bood uitkomst. Al snel ontdekte hij dat de wereld buiten de kooi meer te bieden had — waaronder voedsel, tot ongenoegen van de hangplanten. De voerbak van de hond werd tot verboden gebied verklaard, een regel die hij verrassend snel respecteerde.
Overdag bleef hij meestal in zijn hok. ’s Avonds, wanneer het huis tot rust kwam, waagde hij zich naar buiten. Soms voelde ik tijdens het schrijven iets tegen mijn been krabben. Na een aai sprong hij weer terug, zijn veilige basis in.
In de herfst was hij op zijn best. Met onvermoeibaar enthousiasme verscheurde hij kranten tot lange stroken, die hij ordende als een bouwer met grootse plannen. Tevergeefs — eens per week verdween zijn werk in de vuilnisbak.
Aan een winterslaap kwam hij nooit toe. De feestdagen overleefde hij telkens weer.
Inmiddels ligt hij, gestorven van ouderdom, begraven in een schoenendoos in de achtertuin.
De hond wil er nog wel eens snuffelen.

Copyright by Adriaan Hoefs Geplaatst: donderdag 19 maart 2026